donderdag 29 mei 2014

De vierde man

Daniël 3:25
‘Hij zeide: Zie, ik zie vier mannen vrij wandelen midden in het vuur, en zij hebben geen letsel, en het uiterlijk van de vierde gelijkt op dat van een zoon der goden!’

Sadrach, Mesach en Abednego, de drie vrienden van Daniël, werden gebonden in het vuur geworpen van Nebukadnezar, de koning van Babel. Het vuur was zo heet, dat de soldaten die hen in de oven moesten gooien, stierven. En dan is er plotseling een vierde man in de oven. Door Hem zijn de gebonden vrienden vrij. Het vuur deert hen niet. Ze kunnen vrij rondwandelen temidden van de vlammen. Als ze uit de oven stappen, zijn alleen hun touwen verbrand. Er is zelfs geen schroei- of brandlucht bij hen te vinden. Hoe kan dat? Dit verhaal is een prachtig voorbeeld van genade. Ook wij zijn door de zonde in het vuur van Gods toorn geworpen, maar we komen er als vrije, blije mensen uit. De vierde man heeft voor ons de kracht van het vuur gedoofd. In plaats van te worden verteerd, herrijzen we met Christus. Het oordeel ligt voorgoed achter ons en we zijn volkomen ongedeerd. Hoe kan dat? Jeremia schrijft in zijn Klaagliederen: Het zijn de gunstbewijzen des Heren, dat we niet omgekomen zijn. Zijn gunstbewijzen houden niet op. Ze zijn nieuw elke morgen. Elke dag opnieuw mogen we beseffen, dat er een vierde man is, die ons beschermt tegen de hitte van de vijand. En zelfs al komen we in het vuur, het zal ons geen kwaad doen, want Hij is bij ons.