vrijdag 6 juni 2014

Intiem met God

Richteren 18:5
‘Zij zeiden tot hem: Vraag God dan, opdat wij weten of de tocht die wij maken, voorspoedig zal zijn.’

Stel je voor dat je elke keer als je God wil raadplegen iemand anders nodig hebt. Hoe zou je zo’n relatie noemen? In elke geval lastig en niet persoonlijk. Er is geen vertrouwelijke omgang en je kan je gevoelens niet delen. Wat overblijft is afstand en onwetendheid. Wat is er veel veranderd in onze omgang met God. Wat is het toch een bijzonder voorrecht dat de voorhang, die scheiding maakte, is weggenomen en dat we vrijmoedig toegang hebben tot Gods troon. We zijn Gods huisgenoten geworden, Gods kinderen. We mogen ons hart delen met Hem en Hij deelt Zijn hart met ons. Door ons Zijn Geest te schenken hebben we toegang tot Zijn hart en gedachten. Intimiteit met God, een persoonlijke relatie, omdat er niets meer in de weg kan staan, is ons geschonken door het bloed van Christus. Het bloed van het nieuwe verbond heeft alle zonden vergeven en weggedaan. Nooit kan er meer iets zijn dat ons kan scheiden van Gods liefde. We hebben niemand anders nodig, dan Jezus alleen. En omdat Hij met ons is, zal onze weg voorspoedig zijn.