woensdag 4 juni 2014

Loflied op Gods goedheid

Psalm 65:3
‘Ongerechtigheden hadden de overhand over mij; onze overtredingen, Gij verzoent ze.’

In Psalm 65 is David vol lof over Gods goedheid. Alle zegen komt uit Zijn hand. Hij maakt het land vruchtbaar. Hij geeft regen en een overvloedige oogst. Temidden van alle grootheid spreekt David opeens over zijn eigen zwakheid. Zijn ongerechtigheden wil hij noemen, ze hadden hem te pakken. Hij kon hen niet overwinnen in eigen kracht. Ze hadden de overhand over hem. De oplossing is niet een extra inspanning van David, maar Gods verzoening. Paulus schrijft aan de Romeinen: wij waren slaven van de zonde, maar nu zijn we in dienst gekomen van God. De overwinning is gekomen door verzoening. Jezus heeft ons met God de Vader verzoend voor eeuwig. Door Hem zeggen we dat we slaven waren, verleden tijd. God heeft ons in Christus in de verzoening geplaatst en Zijn bloed houdt ons rein. Meer dan overwinnaars zijn we in Christus geworden. Verlost uit de slavernij van de zonde, juichen we in vrijheid over de grootheid van onze God. Hem komt alle lof toe voor eeuwig.