zaterdag 14 juni 2014

Te wonderbaar voor woorden

Richteren 13:18
‘Maar de Engel des HEREN zeide tot hem: Waarom vraagt gij toch naar mijn naam? Immers, die is wonderbaar.’

In het oude testament lezen we regelmatig over ‘de engel des Heren’. We komen Hem tegen bij Hagar in de woestijn, bij Abraham op de berg Moria waar hij Izaäk wil offeren, bij Bileam die op weg is om Israël te vervloeken, bij Gideon om hem te vertellen dat hij een held is en nog vele andere plaatsen. Algemeen wordt geloofd dat de engel des Heren Jezus is. Nu wordt aan een onvruchtbare vrouw de geboorte van een zoon aangekondigd. Een zoon die aan God gewijd zal zijn vanaf de moederschoot – een verwijzing naar Jezus. De ouders van Simson vragen naar de naam van de engel, maar die zegt alleen dat die wonderbaar is. In de nieuwe vertaling staat, dat die naam te wonderbaar is. God heeft niet maar een naam, er is niet een naam die het hele karakter en het hart van God kan weergeven. Daar was een persoon voor nodig, Jezus. Hij is de afdruk van Gods wezen, wie Hem heeft gezien, heeft de Vader gezien. Vader, dat is Gods lievelingsnaam. De Geest van God leert ons die naam te gebruiken. Wat Jezus ons liet zien van de Vader is wonderbaar, te groot voor woorden, te groot voor een naam. De naam boven elke naam is voor Jezus, de afdruk van Gods wezen. Barmhartig, genadig, goedertieren en trouw. Voor elk aspect van Gods wezen is een naam, honderden, duizenden namen. Maar het belangrijkst van alles is dat we Hem mogen kennen die al die namen draagt.