zondag 27 juli 2014

Mijn hart vreest niet

Psalm 27:3
‘Al legert zich een leger tegen mij, mijn hart vreest niet; al verheft zich een krijg tegen mij, nochtans blijf ik vertrouwen.’

Je hebt van die momenten, dan kun je de hele wereld aan. David lijkt hier zo’n moment te hebben. Hij denkt na over de kracht en de majesteit van God en komt tot de conclusie dat hij nergens voor hoeft te vrezen, zelfs niet voor een heel leger van vijanden. Wat verder in de psalm vraagt hij zich af, of God hem misschien verlaten heeft. Onze emoties kunnen heen en weer geslingerd worden tussen hoop en vrees. In deze psalm lezen we de vertwijfeling, maar ook het geloof die de Here Jezus moet hebben ervaren bij de kruisiging. Hij was er zeker van dat Hij op God kon vertrouwen en toch riep Hij uit: ‘Waarom hebt u mij verlaten?’ David en Jezus hebben hun werk op aarde volbracht. Er is een nieuwe werkelijkheid gekomen, een nieuw verbond met God. Nooit zal Hij ons begeven of verlaten. Nooit hoeven we bezorgd te zijn, of in angst te zitten. Vanuit de vergeving en de liefde die Jezus ons heeft geopenbaard, kunnen we met vertrouwen zeggen: ‘Wat zou een mens mij doen? God is immers met mij, alle dagen van mijn leven.’