maandag 14 juli 2014

Voor tollenaars en zondaars

Mattheüs 9:11
‘En toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tot zijn discipelen: Waarom eet uw meester met de tollenaars en zondaars?’

Er klinkt verwijt door in deze vraag en veroordeling. Dat is het gevolg van wettisch denken. Wettisch denken kent alleen goed en kwaad, het deugt of het deugt niet. Je doet het goed of je doet het fout. Wie het fout doet, wordt veroordeeld, wie het goed doet beloond. Dit soort denken heeft de wereld gevuld. Het komt voort uit het verstand. Wat Jezus laat zien is een ander denken. Hij laat zich niet leiden door goed en kwaad, maar door liefde. Liefde verdraagt, vergeeft, rekent het kwade niet toe. Liefde veroordeelt niet, liefde omarmt en bevestigt. Farizeeërs kunnen niet omgaan met liefde, omdat het niet valt te vangen in de wetten van goed en kwaad. Ze ergeren zich eraan, dat genade geen onderscheid maakt tussen mensen. Het antwoord van Jezus op de vraag waarom Hij eet met tollenaars en zondaar is verbluffend eenvoudig. Gezonde mensen hebben geen geneesheer nodig. Jezus kwam naar deze wereld om het verlorene te zoeken en te behouden. Wie zichzelf niet verloren vindt, heeft niets aan Jezus. Pas wanneer je ontdekt dat je eigen hart en gedachten ook ziek zijn door egoïsme en het zoeken van eigen eer, kun je je aansluiten bij de tollenaars en zondaars. Jezus omarmt je zonder verwijt.