vrijdag 15 augustus 2014

De vrucht van je lippen

Hebree├źn 13:15
‘Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die zijn naam belijden.’

Vaak wordt aan christenen geleerd, dat ze hun zonden moeten belijden, maar dat is niet in overeenstemming met wat Gods verlangen is. Het zondeprobleem is door Jezus eens en voor altijd opgelost. Onze schuld is betaald, onze zonden zijn bestraft en God gedenkt ze niet meer, dus laten wij dat ook niet doen. Als zondaren bestaan we niet meer, we zijn nu kinderen van God geworden en zoals Jezus is, zijn ook wij in deze wereld. Dus geen zonden belijden die er niet meer zijn, maar wat dan wel? Het antwoord is eenvoudig. Ga belijden dat je een nieuwe schepping bent. Belijd dat je door Jezus bent verlost uit de slavernij aan de zonde. Belijd dat God je Vader is en dat Hij je lief heeft. Belijd dat je onder Gods gunst leeft en dat zonde, ziekte en dood niet langer heerschappij over je voeren. Belijd dat Jezus je hogepriester is die voortdurend getuigt van je vrijspraak. Belijd Gods genade. Belijd Gods naam en Gods waarheid. Door dat te doen, eer je God en breng je Hem voortdurend een lofoffer.