donderdag 18 september 2014

Geloof en verwacht je wonder

MattheĆ¼s 9:2
‘En Jezus, Die hun geloof zag, zei tegen de verlamde: Zoon, heb goede moed, uw zonden zijn u vergeven.’

Jezus begint aan de verlamde man het goede nieuws te vertellen, uw zonden zijn u vergeven. Dat vormt de basis om goede moed te hebben. Er staat niet, wanneer je je best doet, of wanneer je je zonden belijdt, worden je zonden vergeven, nee, ze zijn vergeven. Al je zonden zijn vergeven, want God heeft al jouw zonden op Jezus gelegd en ze Hem aangerekend. De schuld is weg en daarom moet ook de verlamming van je lichaam weggaan. Alle ziekte hoort niet bij de schepping, maar bij de val. Als de val wordt opgeheven, moeten de gevolgen verdwijnen. Maar er staat een belangrijke voorwaarde bij: Jezus zag hun geloof. Geloof in Jezus, geloof in Zijn volbrachte werk, geloof in Zijn plaatsvervangend offer, dat mag niet ontbreken. Zonder geloof ben je niet welbehaaglijk voor God. Zonder geloof draag je je eigen lasten en heb je geen deel aan Jezus. Dat geloof ontstaat door naar Jezus te kijken, te zien wat Hij doet, te horen wat Hij zegt. Zo ontstaat het geloof waarop God Zijn wonderen doet. Draai hert nooit om, als het wonder uitblijft, geloof ik dus verkeerd. Nee, dat is al te simpel en daardoor zijn al veel teveel mensen weer in een schuldpositie geduwd. Ik weet alleen dat geloof in Jezus een absolute voorwaarde is. Wie dat geloof heeft, mag wonderen verwachten.