maandag 13 april 2015

De Goede Herder slaat zijn schapen niet

Psalmen 23:4
‘Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed.’

De stok en de staf van de herder zijn niet bedoeld om de schapen te slaan, maar om ze te beschermen tegen gevaren. De herder zoekt zijn weg en houdt wilde dieren op afstand. De herder geeft rust en de schapen weten dat ze van hem geen kwaad hebben te vrezen. Zelfs als een schaap afdwaalt, zal de herder het niet slaan, maar op zijn schouders nemen en aan zijn borst drukken. Elk schaap moet weten dat de herder te vertrouwen is, dat de herder voor hem is en niet tegen. Zo is het ook met Jezus. Hij laat zien dat God de Vader ons niet slaat of straft om elke misstap die we begaan. Nee, juist dan zal Hij zich over ons ontfermen, omdat Hij met ons bewogen is. Jezus laat ons de Vader zien zoals Hij is, liefdevol en te vertrouwen. De religie maakt van God een herder die slaat, om respect af te dwingen. Dat beeld roept angst voor God op in plaats van vertrouwen. Maak je los van de gedachte dat de stok en de staf van God bedoeld zijn om jou te slaan. God heeft zijn liefde voor jou bewezen aan het kruis. Hij houdt van je. Houdt die gedachte altijd vast, het zal de angst verdrijven.