vrijdag 8 september 2017

De duisternis voorbij

Jesaja 5:20
‘Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad; die duisternis voorstellen als licht en licht als duisternis; die bitter doen doorgaan voor zoet en zoet voor bitter.’

In de tijd van Jezus waren het de FarizeeĆ«rs die van zichzelf dachten dat zij het licht vertegenwoordigden, maar Jezus liet hen zien dat ze de duisternis hadden omarmd als hun vader. Jezus werd de zoon van BeĆ«lzebub genoemd en als misdadiger gekruisigd. Wee hun, zegt de tekst, niet om te dreigen, maar uit medelijden. Wee Saulus, die meende God een dienst te bewijzen door christenen te vervolgen. Gelukkig gingen zijn ogen open en zag hij zijn dwaling in. Ook in onze tijd wordt nog heel wat duisternis licht genoemd en andersom. Als het over genade gaat – onverdiende gunst van God – dan wordt er gezegd, dat het niet allemaal zo eenvoudig is. Je zult er toch minstens heilig voor moeten leven, of op zijn minst er je best voor doen. Allemaal duisternis die licht wordt genoemd. Wee hun, want ze missen het goede van God. Menselijke inspanningen brengen geen heiligheid, geen vergeving, geen rust en geen vrede. Het zijn pogingen vanuit de duisternis om het licht te bedekken. God heeft je in het licht geplaatst, je bent een kind van het licht, je bent door God rein verklaard en hebt Gods gerechtigheid ontvangen. Je bent aan God gelijk gemaakt en in Hem is in het geheel geen duisternis. Wij hebben Gods volheid verkregen in Christus. Het licht bestaat uit pure genade.