donderdag 14 september 2017

Dragen is Gods werk

1Kronieken 23:26
‘.. nu behoeven de Levieten de tabernakel en al zijn dienstgerei niet meer te dragen.’

De zonen van Levi waren belast met het vervoeren en dragen van de tabernakel en alles wat erbij hoorde. Dat was geen kleinigheid. Maar koning David had de ark in Jeruzalem gebracht en daarmee was deze levitische transportdienst ten einde. Niet langer werd God door het volk gedragen – wat voor velen nog steeds een opdracht lijkt te zijn – maar vanaf dat nieuwe moment was het duidelijk, dat God zijn volk draagt. Door het werk van Jezus heeft God de Vader duidelijk gemaakt, dat Hij de drager en verzorger is van Zijn kinderen. Wij hoeven God niet te dragen, Hij draagt ons. Wij hoeven God niet te verzorgen, Hij verzorgt ons. Wij hoeven God niet te helpen, Hij helpt ons. Door Jezus is er een totale en radicale verandering gekomen in de omgang met God. Niet langer moeten er offers worden gebracht, maar mogen we genoeg hebben aan het ene offer dat God heeft gebracht. God woont in een huis wat niet door mensenhanden is gemaakt, maar door Hemzelf. Laat God je dragen, Hij brengt je in Zijn huis. Van daaruit komt alle zegen naar je toe.