dinsdag 7 april 2020

De Geest van elke profetie

1Petrus 1:10
‘Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben,’

De profeten hebben geprofeteerd over Gods genade voor ons. Toen Jezus wandelde met de Emmaüsgangers, opende Hij hun verstand om ze te laten zien, dat alle profeten over Hem hadden geprofeteerd. Hij liet ze zien dat Mozes, de Psalmen en alle profeten hadden geschreven over Hem. De Schriften openbaren Jezus en Jezus openbaart Gods genade. Hij laat Gods hart zien. Veel profeten hebben zelf niet begrepen waarover ze profeteerden, maar wij hebben Gods Geest ontvangen om de waarheid te kennen. Gods Geest verheerlijkt Jezus. Hij laat ons Gods goedheid en glorie zien. Hij opent onze ogen en ons hart, zodat we kunnen zien en begrijpen wat God ons uit genade geschonken heeft. De Bijbel is geen boek met geboden en verboden, maar een boek vol openbaring over Jezus en over Gods liefde voor mensen. Elk verhaal en elke profeet laat Hem zien. Jezus is de Geest van elke profetie. Hoe meer je Hem ziet, hoe meer je onder de indruk komt van Gods genade voor jou.

maandag 6 april 2020

De verliefde Koning

Hooglied 2:10
‘Mijn geliefde gaat tot mij spreken: Sta toch op, mijn liefste, mijn schone, en kom.’

Het lijkt een onmogelijke liefde tussen een Koning en een slavinnetje. Eigenlijk kan het niet, maar de Koning blijft zeggen dat zijn bruid mooi is. Ze mag opstaan en meegaan de koninklijke vertrekken in. Hij wil haar bij zich hebben en van haar genieten. Maar zij moet ook leren van Hem te genieten, zonder zich daarvoor te min te voelen. Ze is niet gewend aan de koninklijke waardigheid, maar die bezit ze nu. Een prachtig beeld van de Gemeente van Christus. Weggeroepen uit de slavernij van de zonde, rein, schoon, geliefd, mag zij opstaan en meegaan. ‘Kom toch mee’, roept Jezus ons toe. ‘Je bent lieflijk en schoon. Je bent van Mij voor eeuwig. Ik heb zoveel moois wat Ik met je wil delen. Voel je niet minderwaardig, maar geniet. Sta toch op, mijn liefste, mijn schone, en kom.’

zondag 5 april 2020

Over arm en rijk

2Corintiërs 8:9
‘Gij kent immers de genade van onze Here Jezus Christus, dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden.’

Hoofdstuk 8 en 9 van de brief aan de Corintiërs gaat over geld en over geven. Paulus legt uit dat je geeft uit geloof en niet uit verplichting. Wanneer het gaat om het geven van tienden, kom je aan de portemonnee van mensen en dat moet je niet doen. God wil dat we geven uit vrijheid, omdat we uit genade rijk zijn geworden. God leert ons dat Hij onze rijkdom is in alle opzichten. Wie Jezus kent als Gods voorziening, hoeft zich over niets meer zorgen te maken. Zou Hij die Zijn Zoon heeft geschonken, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? God is niet arm of behoeftig, Hij heeft niets van ons nodig. Maar als wij ook ons geld kunnen loslaten en het zien als een middel om anderen te zegenen, uit genade, zoals God ons zegent, dan zijn we rijk. God rekent niet in procenten, maar Hij ziet ons hart aan. Hij heeft ons lief, zelfs als we nog vastzitten aan ons geld, en karig of zelfs helemaal niet geven. Maar Hij wordt blij van blijmoedige gevers, die geven uit geloof en liefde, uit bewogenheid en barmhartigheid.

zaterdag 4 april 2020

De rijkdom van Gods genade

Efeziërs 1:7
'En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade, ..'

In Hem hebben we, bezitten we voor eeuwig. De vergeving van al onze zonden is een feit. We hoeven er niet langer naar te zoeken en ze te belijden. God heeft ze voor eeuwig vergeven en weggedaan, Hij gedenkt ze niet meer. We zijn verlost uit de slavernij van de zonde door Zijn bloed. Hij heeft het gedaan, Hij is de Bevrijder en Verlosser, opdat we waarlijk vrij zouden zijn. Het werk van Jezus is zo groot, dat we ons niet kunnen voorstellen dat het werkelijkheid is. We hebben moeite met Gods genade. We voelen ons vrij naar de mate van ons zondebesef, maar de werkelijkheid is, dat we vrij zijn naar de rijkdom van Zijn genade. Ruil je zondebesef in voor Zijn genadebesef. Ga niet je zonden belijden, maar Zijn naam belijden. Ga leven uit die rijkdom van genade die God je uit liefde geschonken heeft.

vrijdag 3 april 2020

Jezus volgen komt voor alles

Lukas 9:61
‘En weer een ander zeide: Ik zal U volgen, Here, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten.’

Jezus volgen betekent dat je Hem op de eerste plaats stelt. Hij bepaalt de koers en Hij stelt de prioriteiten. De argumenten van degene die zegt: ‘Ik zal U volgen’, zijn niet verkeerd, maar ze staan het volgen in de weg. Ze nemen de eerste plaats in, ze vragen voorrang. Het vertelt iets over het hart van de spreker. Zijn mond zegt: ‘Ik zal u volgen’, maar zijn hart zegt: ‘Eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten.’ Paulus leert aan de Romeinen, dat je met je hart gelooft en met je mond belijdt. Die twee moeten overeenstemmen. God is geïnteresseerd in je hart. Wanneer je hart op Hem is gericht, zal je mond daarover getuigen. God vraagt van ons niets anders dan Hem te vertrouwen. Wanneer je Hem volgt, ben je in rust.

donderdag 2 april 2020

Durf Jezus te volgen

Johannes 11:48
'Als wij Hem zo laten geworden, zullen allen in Hem geloven en de Romeinen zullen komen en ons zowel onze plaats als ons volk ontnemen.'

Jezus heeft Lazarus opgewekt uit de dood en dit is de reactie van de Farizeeërs. Ze zijn bang hun positie en hun gezag te verliezen. Ze zoeken alleen zichzelf en zijn niet blij zoals de anderen. Het is het verzet van de traditie tegen Gods handelen. Wanneer Jezus ons vraagt Hem te volgen, moeten we bereid zijn onze traditionele standpunten los te laten, omdat ze wellicht achterhaald zijn of niet deugen. De Farizeeërs reageren uit angst. Wat zullen de Romeinen doen met ons, onze plaats, ons volk? Jezus volgen betekent niet langer angstig en bezorgd zijn, want Hij leidt ons. Hij weet de weg en zal ons beschermen. Wat zou een mens ons doen? Durf je het aan met Jezus als Leidsman, of houd je liever zelf de touwtjes in handen? Laat je niet leiden door angst, maar door Gods liefde. Hij kent je en weet wat je nodig hebt. Hij zorgt voor je onder alle omstandigheden.

woensdag 1 april 2020

De enige weg tot behoud

Handelingen 13:46
‘Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig, dat eerst tot u het woord Gods werd gesproken, doch nu gij het verstoot en u het eeuwige leven niet waardig keurt, zie, nu wenden wij ons tot de heidenen.’

Paulus en Barnabas zijn op zendingsreis. Ze wenden zich altijd eerst tot de joden, voor hen is het evangelie allereerst bedoeld. Maar de joden wilden het nieuws van Gods genade niet aanvaarden. Paulus gebruikt woorden als ‘verstoten’ en ‘niet waardig keuren’, daaruit spreekt de hoogmoed van de mensen. Paulus weet dat het geen zin heeft daarover te strijden en wendt zich tot de heidenen. God heeft Zijn volk Israël niet verstoten, maar het heil in Christus is voor ieder die gelooft, eerst voor de jood en dan de Griek. God wil dat ieder mens behouden wordt, maar dat kan niet uit werken, alleen uit genade, uit geloof. Het evangelie is een simpele boodschap over Gods liefde voor alle mensen. Alle zonden zijn vergeven, alle schuld is weggedaan door het ene offer van Christus. Maar je moet het aanvaarden uit geloof. Alleen op die manier wordt het je geschonken uit genade.