vrijdag 30 mei 2014

De zoon van Abraham

Genesis 22:18
‘En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt.’

God doet een mooie belofte aan Abraham. Zijn nageslacht zal de aarde zegenen. Maar wat bedoelde God daar precies mee? Had Hij het over Israël als volk, of over Ismaël, Izaäk, of een van de andere kinderen (Je kent het liedje wel, vader Abraham had zeven zonen – en een dochter), of ging het toch om iemand anders? De brief aan de Galaten geeft het antwoord. Paulus legt uit, dat met ‘het zaad van Abraham’ Christus is bedoeld. God spreekt met Abraham over Jezus. Hij zal de zegen zijn voor de ganse aarde. Daarom begint Mattheüs het geslachtsregister van Jezus bij Abraham (Mt.1:1). Jezus is de zegen voor de wereld. God zal zegenen wie Hem zegent en vervloeken wie Hem vervloekt. Jezus zegt het zo: ‘Wie niet voor Mij is, is tegen Mij.’ God dringt Zijn zegen niet op, maar nodigt de hele wereld uit, om het leven te grijpen, dat in Jezus wordt geschonken. Wie de Zoon heeft, heeft het leven en daarmee Gods volheid, leven en overvloedige zegen.