dinsdag 15 juli 2014

Een goede Vader

MattheĆ¼s 7:11
‘Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.’

Wij leerden vroeger dat kinderen die vragen, worden overgeslagen. Die uitdrukking was bedoeld om de begeerte, meestal naar een koekje of snoepje extra, in te dammen. Vragen naar iets wat je wilt, hoorde bij verkeerd gedrag. Gelukkig mag je bij je hemelse Vader alles vragen wat je wenst. Het goede zal je worden gegeven, niet naar de maat van je vraag, maar naar de maat van Gods goedheid. God is een goede Vader, veel en veel beter dan de beste aardse vader. Hij geeft geen stenen voor brood, maar Hij geeft je de Heilige Geest, zodat je weet wat God je uit genade heeft geschonken. God weet wat je nodig hebt voor je het vraagt. De nadruk moet ook niet liggen op het vragen, maar op het geven. Ook zonder dat je vraagt, ontvang je het goede. Het vragen geeft aan, dat je je bron erkent, dat je je Vader kent en dat je met Hem in een relatie leeft. Zoals je met je man of vrouw bespreekt wat je nodig hebt, zo doe je dat ook met God. Vanuit Zijn goedheid en genade heeft Hij Jezus geschonken aan de wereld. Zou Hij dan Zijn kinderen vergeten?