zondag 20 juli 2014

Genade kun je niet mengen

Leviticus 19:19
‘Mijn inzettingen zult gij bewaren, gij zult van uw vee niet twee verschillende soorten laten paren, uw akker zult gij niet met tweeërlei zaad bezaaien, en een kleed, uit tweeërlei stof vervaardigd, zult gij niet dragen.’

Vorm geen ongelijk span, geen twee soorten zaad op je akker, geen vermenging tussen dieren, geen twee soorten stof als bekleding van je lichaam. waarom wil God dat niet? Er zijn mensen die dit letterlijk nemen en denken dat dit aanwijzingen zijn om succesvol te boeren. Maar God heeft het niet over beesten en over akkers, of over kleding. Hij spreekt over de akker van ons hart en het zaad wat daarin wordt gezaaid en over de bekleding met Gods gerechtigheid. Geen twee verschillende soort, geen wet met genade mengen. De grootste misleiding onder christenen en daardoor in hun getuigenis, is dat je je best moet doen om God lief te hebben met heel je hart, ziel en verstand en met inzet van al je krachten en als je dat doet, ook nog je naasten liefhebben als jezelf. Dat kan niemand, dat kon alleen Jezus, Hij was de volmaakte afdruk van Gods wezen. De wet toont aan, dat Gods gerechtigheid voor ons onhaalbaar is. Gods genade schenkt ons Gods gerechtigheid uit liefde. Dat zaad is goed voor ons hart en dat van anderen. Dat is de bekleding voor onze ziel. Wanneer alleen het zaad van Gods liefde je hart raakt, en je enige bekleding Gods gerechtigheid is, zal je gedrag erdoor veranderen. Logisch, goed zaad geeft goede vrucht.