zondag 31 augustus 2014

Hogepriester van de genade

Hebreeën 5:5
‘Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend hogepriester te worden, maar Hij, die tot Hem sprak: Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt;’

De priesters kwamen uit de stam Levi en de hogepriester uit de familie van Aäron, de broer van Mozes. Zo had God het bepaald voor het oude verbond van de Wet. Maar Jezus kwam uit de stam van Juda, de koningsstam waaruit ook David was voortgekomen. Jezus is de hogepriester van het nieuwe verbond van Genade. Hij kreeg die functie nadat Hij zichzelf als Lam van God had geofferd en zo de Middelaar was geworden tussen God en de wereld. Toen God sprak: ‘Ik heb u heden verwekt’, een tekst uit Psalm 2 die in Handelingen 13 wordt aangehaald, sprak Hij over de opstanding uit de dood. Jezus is hogepriester geworden, omdat God Hem heeft opgewekt uit de dood, omdat de zonden van de wereld waren verzoend en Hij nu de plaats van Hogepriester bij God kan innemen. Het feit dat Jezus is opgewekt, betekent dat onze zonden zijn verzoend en dat het offer is goedgekeurd. We hebben een nieuw verbond met een nieuwe hogepriester. Met Christus zijn we verrezen tot nieuw leven. Jezus pleit voor ons wanneer de boze ons aanklaagt. Een hogepriester die met ons kan meevoelen als we zwak zijn, maar die ons altijd vrij spreekt. Geen wet meer die veroordeelt, maar genade die vrijpleit en zegent.