zaterdag 30 augustus 2014

Leven na de dood

Genesis 8:4
‘Op de zeventiende dag van de zevende maand liep de ark vast op het Araratgebergte.’

Het zondvloedverhaal is over de hele wereld bekend, zelfs in de oudste culturen. Dat is logisch, want een grotere ramp heeft de aarde nooit getroffen en we zijn allemaal nazaten van de overlevenden. Op de zeventiende dag van de zevende maand, waarom staat dat er zo nadrukkelijk bij? Omdat het een verwijzing is naar de opstandingsdag van Jezus. Ararat betekent dat de vloek is verbroken. Jezus heeft het oordeel gedragen, Hij is de reddende ark die dwars door het oordeel naar de Ararat voer. In nieuw land, op nieuwe grond, met een nieuwe belofte van geen oordeel meer, mogen we leven. In Christus zijn we verlost uit de slavernij van zonde, ziekte en dood. In Hem leven we, bewegen we, en zijn we voor eeuwig veilig. Zoals voor Noach en zijn gezin het oude leven voorgoed voorbij was, zo is ons zondeleven voorgoed voorbij. We mogen nu leven in de nieuwe werkelijkheid dat Gods Geest ons leidt. Hij wijst ons op de Ararat, Hij wijst ons op de Ark, Hij wijst ons op Jezus en het nieuwe verbond. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.