zondag 21 mei 2017

Niet zien en toch geloven

Johannes 20:29
‘Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven.’

Ik wil het opnemen voor Tomas. Er wordt vaak negatief over hem gesproken, omdat hij moeite had te geloven dat Jezus was opgestaan. We gebruiken zijn naam zelfs in de uitdrukking ‘een ongelovige Tomas’. Maar als je hoofdstuk 20 leest van Johannes, zie je ook bij de andere discipelen het ongeloof. Maar Jezus toonde hen Zijn handen en Zijn zijde. Hij sprak zijn vrede over hen uit. Datzelfde deed Hij ook toen Tomas erbij was, acht dagen later. Hij toonde zijn handen en zijn zijde en zei dat ze gelovig moesten zijn en niet ongelovig. Jezus zou teruggaan naar de Vader en de raad die Jezus hen gaf, was niet alleen voor Tomas: ‘Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven.’ Daarmee opent Jezus de weg naar alle volgende geslachten, ook naar ons. Wij kunnen Zijn handen en zijde niet zien, maar moeten geloven dat Hij is opgestaan. We geloven op grond van het getuigenis van de discipelen, die het wel hebben gezien en geloofd. Jezus had begrip voor Tomas, kwam speciaal voor hem terug. Iedereen moest er zeker van zijn, dat Hij is opgestaan. Het verlossingswerk is volbracht, wat nu rest is vrede, shalom, de allesomvattende zegen.