vrijdag 16 juni 2017

Beelddragers van God

Jeremia 31:34
‘Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.’

De profeet Jeremia zal vast jaloers zijn geweest naar de uitkomst van deze profetie. Iedereen, van de kleinste tot de grootste zal God kennen. Hoe anders was dat in de tijd van Jeremia. Toen kenden de mensen God via de hogepriester en de profeten. Maar die tijd is voorgoed voorbij nu. Iedereen mag God nu persoonlijk kennen, van de kleinste tot de grootste. Het maakt dus niet meer uit wie je bent. WANT.. staat er. Want IK zal hun ongerechtigheden vergeven en hun zonde niet meer gedenken. God heeft alles wat in de weg kan staan om Hem te kennen, weggenomen. Toen Jezus dat allemaal op zich nam aan het kruis, scheurde God het voorhangsel in de tempel open. Iedereen mag Hem nu kennen als een vergevende, liefdevolle, genadige Vader. Wij leven in de tijd die Jeremia aankondigde. Wij mogen met God leven van aangezicht tot aangezicht. En hoe meer we bij Hem zijn, hoe meer we gaan schitteren. Zijn glorie straalt van Zijn gezicht naar het onze. We droegen het beeld van Adam, maar nu zijn we weer beelddragers van God.