donderdag 14 januari 2010

Met huid en haar

Spreuken 1:12
“We verslinden ze met huid en haar, zoals het dodenrijk de levenden verslindt, het graf de doden opslokt.”

Steeds openlijker ga je de ware aard zien van hen die de zonde najagen. Steeds meer raak je ook gewend aan hun taal, wanneer je met ze optrekt. Langzaamaan verdraag je het kwade en word je meegezogen. We zijn bezig te zien waar de vader zijn zoon voor waarschuwt en ook wij worden gewaarschuwd dit glibberige pad niet op te gaan. Het begint altijd onschuldig, maar één lucifer zet een heel bos in brand. De grootste fout die we kunnen maken, is om de raadgevingen van God in de wind te slaan en te denken: ‘Mij overkomt het niet.’ Overigens verslindt het dodenrijk de levenden niet, maar dat had je natuurlijk zelf al gezien. Blijf dicht bij God dan blijven je ogen open en je gedachten zuiver.

woensdag 13 januari 2010

Onschuldigen de dood in jagen

Spreuken 1:11b
“als ze zeggen: ‘We willen bloed vergieten, we gaan onschuldigen de dood in jagen, zonder reden,”

Hier zie je de ware aard van de duivel. Bloed vergieten, mensen de dood injagen en dat alles onschuldig en zonder reden. Deze verderfelijke geest zoekt mensen door wie hij werken kan. De voorbeelden kennen we uit de wereldgeschiedenis, het zijn mensen op zoek naar macht, om die vervolgens te misbruiken. Dictators horen daarbij en verlichte despoten. Toch leert de Bijbel dat we niet de mensen moeten bestrijden, maar de geesten. We strijden niet tegen vlees en bloed, maar tegen de machten die hen beheersen. De naam van Jezus en het woord van God zijn de beste wapens in de strijd. Leer de boze te weerstaan, door je aan God te onderwerpen.

dinsdag 12 januari 2010

Niet meegaan

Spreuken 1:11
“Luister niet naar hen als ze je willen overhalen met hen mee te gaan,”

Is het je wel eens opgevallen, dat de tegenstander van God zich op bepaalde terreinen niet thuis voelt? Zo’n plaats kan je huis zijn, of je eigen kamer, omdat je die ruimte aan God hebt toegewijd. Daarom moet je niet ingaan op voorstellen om die veilige plaats te verlaten, wanneer je niet weet met wie je eigenlijk te maken hebt. Laat mensen eerst maar bij jou thuis of in jouw omgeving laten zien welke geest er in hen huist, voordat je hen je vertrouwen geeft. Dit is vooral een gouden tip voor jonge en vaak nog onervaren mensen. De bijbel zegt op een andere plaats: Beproeft de geesten, of ze uit God zijn. Aan de vruchten kent men de boom.

maandag 11 januari 2010

Proberen in te palmen

Spreuken 1:10
“Mijn zoon, als zondaars je proberen in te palmen, geef er niet aan toe.”

Mensen met kwade bedoelingen roepen dat niet van de daken, ze gaan met sluwheid te werk. Ze proberen je in te palmen, dat wil zeggen, dat ze vaak beginnen met vleierijen. Zo ging het ook met Eva die door de slang werd verleid. Hij zei niet rechtstreeks: ‘Eet toch van die boom,’ maar ging omzichtig te werk. Omdat Eva toch bleef luisteren, werd ze tenslotte gevangen door de gladde praatjes. Er is maar een oplossing om niet verleid te worden, luister alleen naar de goede raad van je Vader.

zondag 10 januari 2010

Een krans en een ketting

Spreuken 1:9
“Hun lessen zijn een sierlijke krans om je hoofd, ze zijn een ketting om je hals.”

Als je jarig bent, krijg je een krans om je hoofd, of als je gewonnen hebt. In elk geval is het een ereteken, een versiersel wat gezien mag worden. Datzelfde geldt voor een ketting om je hals. Burgemeesters dragen een ketting als teken van hun gezag, maar de meeste kettingen zijn gewoon voor de sier, om jezelf mooi te maken. Als God zegt dat de onderwijzing die Hij je geeft door zijn woord een sierlijke krans is en een mooie ketting voor je hals, wat is het dan dom en onnozel om je daarvan af te keren. Een sierlijke krans is niet alleen mooi voor de drager ervan, maar ook een vreugde voor de gever. Aannemen zou ik zeggen, ga zitten en luister.

zaterdag 9 januari 2010

De lessen van je vader

Spreuken 1:8
“Mijn zoon, luister naar de lessen van je vader, verwaarloos niet wat je moeder je leert.”

‘Jong geleerd, oud gedaan’, zegt een spreekwoord en ook: ‘Zo de ouden zongen, piepen de jongen.’ De ouders spelen de grootste rol in de vorming en opvoeding van een kind. Bij God is het niet anders. Hij is onze opvoeder, onze pedagoog. Hij gebruikt daarvoor zijn woord, dat is vol van genade, wijsheid en kracht. De Here Jezus noemt het woord van God een zaad voor je hart om vrucht te dragen. Het zaad van Gods woord heeft kracht in zichzelf, maar het moet wel gezaaid worden. Dat kun je aan anderen overlaten, maar waarom zou je dat ook niet zelf doen?

vrijdag 8 januari 2010

Een dwaas veracht de wijsheid

Spreuken 1:7b
“Een dwaas veracht de wijsheid en weigert elk onderricht.”

De dwaas komt in de Bijbel geregeld voor. God noemt iemand dwaas die niet in Hem gelooft en hier dus iemand die de wijsheid veracht. Aangezien Jezus de wijsheid van God is, gaat het hier om iemand die de genade afwijst. Deze dwaas denkt alles zelf onder controle te hebben, hij hoeft niet onderwezen te worden. Hij weigert elke vorm van onderricht, kan alles zelf. Dat is een hoogmoedig mens, een individualist. Dit staat recht tegenover alles wat God ons in zijn wijsheid wil leren. Niet alleen maar samen, is Gods wijsheid. Een kudde, een volk, een gezin, stenen, welke metafoor God ook kiest in de bijbel voor zijn kinderen, het is altijd samen, elkaar nodig hebben, elkaar opbouwen, van elkaar leren. Een dwaas veracht dit alles en gaat alleen verder op de dwaalweg die naar de ondergang voert.