donderdag 30 juni 2011

Velen roemen hun eigen trouw

Spreuken 20:6
“Velen roemen hun eigen trouw, maar wie vindt een mens die werkelijk betrouwbaar is?”

‘Waar werd oprechter trouw, dan tussen man en vrouw, ter wereld ooit gevonden?’ Deze woorden uit het beroemdste Nederlandse toneelstuk, de Gijsbrecht van Amstel, kloppen allang niet meer. Van alle huwelijken die gesloten worden zal ongeveer de helft eindigen in een scheiding. Van trouw is geen sprake meer. In de sport in het heel normaal dat je voor wat meer geld je gegeven woord breekt. Nee, trouw moet je niet bij mensen zoeken. De enige die trouw en betrouwbaar is, is onze God. ‘Gods woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken’, zongen we vroeger in de kerk en zo is het. Bij God is ja ja en nee nee. Je weet wat je krijgt en je hoeft niet bang te zijn dat God zijn gegeven woord zal breken. Onze relatie met Hem berust op trouw en vertrouwen. Omdat God trouw is, kunnen we zijn beloftes vertrouwen. Hij is geen mens dat Hij liegen zou. Dat maakt ons heil zeker en vast. Het rust op Gods trouw, niet op de onze.

woensdag 29 juni 2011

Wat omgaat in een mensenhart

Spreuken 20:5
“Wat omgaat in een mensenhart is als diep verborgen water, iemand met inzicht brengt het naar boven.”

Ons hart wordt hier vergeleken met een waterput. Het water zit diep en er moet naar gegraven worden. Doe je dat te ruw dan kan de bron verontreinigd worden en heb je er niets meer aan. God weet de verborgen schatten uit ons hart te halen. Hij ziet het kostbare water, ook al zit het diep. Onze meest intieme gevoelens zitten ook diep. De angsten, de bezorgdheid en de pijn houden we liever verborgen voor een ander. Maar God weet dat wanneer de bron schoon is, het water drinkbaar zal zijn. Wat diep verborgen zit weet Hij te vinden. Hij heeft inzicht in ieder hart, Hij is een expert op dat gebied. Hij weet met wijsheid naar boven te halen wat kostbaar is. Laat Hem maar werken in je hart, dat is heilzaam, zuiverend en geeft een mooie bron met heerlijk water.

dinsdag 28 juni 2011

Een luiaard ploegt niet in de herfst

Spreuken 20:4
“Een luiaard ploegt niet in de herfst, en vraagt zich in de zomer af waarom hij niet kan oogsten.”

Alle seizoenen hebben een functie, alles heeft zijn tijd. Zaaien en oogsten is fijn, maar dan moet ook de grond geschikt zijn om het zaad te ontvangen. God wil niets liever dan ons een rijke oogst geven. Alle zegen kunnen we krijgen, maar dan moet het zaad van zijn woord wel in goede aarde vallen, zodat geloof kan ontstaan. Als je hart niet goed is om te ontvangen, gaat het zaad geen opbrengst geven. Ploegen in de herfst betekent voorbereiden van een oogst die je nog niet ziet, maar wel verwacht. Als christen betekent dit dat je hart ontvankelijk moet zijn voor Gods woord. Afleiding, zorgen en verdrukking zijn de stenen die de boze op je akker legt. Je grond kan hard geworden zijn omdat het te weinig water [van Gods Geest] heeft ontvangen. Diep ploegen, de grond los maken, de stenen verwijderen, dat is een goede voorbereiding voor een zekere oogst.

maandag 27 juni 2011

Het strekt een mens tot eer

Spreuken 20:3
“Het strekt een mens tot eer om ruzie te vermijden, een dwaas stort zich in een woordenstrijd.”

Ruzie wordt ook bekvechten genoemd. Het kan een echt gevecht worden met een winnaar en een verliezer. Maar dan is de relatie meestal ook even stuk. Het is dwaas je gelijk te willen krijgen. Wat maakt het uit, God houdt van je. Ruzie vermijden is mogelijk. Je moet dan op tijd stoppen met je argumenten. Meestal voel je dat moment wel aankomen. Dan strekt het je tot eer als je ook stopt. Meestal mag je deze dingen leren in je gezin en onder je vrienden. Als je de kunst van het zwijgen verstaat kan je ook daarbuiten ruzie vermijden. God is degene die voor je zorgt, van je houdt, je verheft boven je vijanden. Jezus zweeg toen de meest gemene leugens en beschuldigingen tegen Hem werden geuit. Wij mogen in zijn voetspoor treden, schrijft Petrus. ‘Die als Hij gescholden werd niet terug schold, en als Hij leed niet dreigde, maar het over gaf aan zijn Vader, die rechtvaardig oordeelt.’

zondag 26 juni 2011

Als het brullen van een leeuw

Spreuken 20:2
“Als het brullen van een leeuw, zo zijn de dreigementen van een koning, wie ze in de wind slaat, brengt zijn leven in gevaar.”

In Bijbelse tijden lag het gezag bij de koning. Hij regeerde soeverein en zijn wil was wet. Als de koning godvrezend was ging hij zijn volk daarin voor en dat was een zegen. Maar als de koning afgoden diende, sloeg dat ook over op het volk. De koning bepaalde de norm. God is onze Koning. Hij heeft alle macht in de hemel en op de aarde. God houdt van zijn volk en zal voor hen op de bres staan. Onder zijn regering word je gezegend door geloof. Het dreigen van de Koning is slechts beangstigend voor zijn tegenstanders. God is liefde en Hij ontfermt zich over wie Hem vrezen. Dat is niet bang zijn, maar eerbied tonen voor de God die het niet-zijnde tot aanzijn roept en het hoogmoedige vernedert. En hoewel Hij ons onvoorwaardelijk lief heeft, blijft Hij wel onze koning. Vol van wijsheid en geduld leert Hij ons dat Hij betrouwbaar is en dat het luisteren naar Zijn stem voorspoed en zegen betekent.

zaterdag 25 juni 2011

Van wijn word je een spotter

Spreuken 20:1
“Van wijn word je een spotter, van drank een braller, wie zich bedrinkt, verliest zijn verstand.”

Je kan je afvragen, wanneer je je verstand verliest voor je dronken wordt of erna. In elk geval maakt deze tekst duidelijk, dat teveel wijn en teveel drank desastreus is voor een mens. Teveel drank gaat altijd gepaard met onreinheid en spotternij. Er zit een demonische wereld achter die mensen verleidt zich ongeremd te laten gaan. Dat bandeloze en wetteloze gedrag neemt toe naarmate de dag van Christus dichterbij komt. God roept ons op nuchter en waakzaam te zijn wegens het rondgaan van de tegenstander, die zoekt wie hij kan verslinden. In Christus ben je veilig tegen elke aanval van de boze. En als je toch dronken wilt zijn, wees het dan in de Geest, zoals de discipelen op de Pinksterdag. Nee, ze hadden niet teveel zoete wijn op, maar de Geest van Christus had hen vervuld en 3.000 zielen werden gered op die dag. Dat geeft pas vreugde, daar kan geen werelds vermaak tegenop.

vrijdag 24 juni 2011

Voor spotters staat de straf al vast

Spreuken 19:29
“Voor spotters staat de straf al vast, voor de rug van dwazen ligt de stok al klaar.”

Spotters zijn geen mensen die uit onwetendheid handelen, ze keren zich willens en wetens tegen God en zijn volk. Ze zijn erop uit Hem te krenken, zoals Goliath in het verhaal van David. Ze zijn uitdagend en wensen niet te buigen voor de God van Israƫl. David rekende met Goliath radicaal af en toonde geen genade. Maar toen hij later door Simi werd bespot en gehoond toonde hij wel genade. Hij spaarde zijn leven en gaf hem zelfs eer. Wat was het verschil? Dat was de hartsgesteldheid van David ten opzichte van het huis van Saul. God heeft genade voor mensen, maar de duivel zal zijn straf niet ontlopen. Ieder mens kan zich bekeren en Gods genade ontvangen, maar voor hen die zich blijvend verzetten wacht de straf en het oordeel. Hoe dwaas moet je zijn om daarvoor te kiezen?